Historisch rondje Landsmeer
Dit historische rondje in de omgeving van Landsmeer voert je langs unieke locaties van historisch, cultureel en natuurlijk belang.
De route start in het landelijk gelegen Landsmeer. Dit dorp vormt samen met de kernen Den Ilp en Purmerland een uitgestrekt lintdorp, omringd door een waterrijke en groene omgeving. Aan de ene kant vind je het natuurgebied het Ilperveld en aan de andere kant recreatiegebied Het Twiske. Langs de route vind je verschillende informatieborden met uitgebreide informatie over dit prachtige gebied. Vanuit Landsmeer is het enkele minuten fietsen en je bevindt je al in recreatiegebied Het Twiske. Hier kun je genieten van het groene en waterrijke gebied. Psst... misschien kom je wel een kudde Schotse Hooglanders tegen. Ook kun je ervoor kiezen om in Het Twiske een korte tussenstop te maken bij één van de horecagelegenheden.
Na Het Twiske te hebben bezocht fiets je door naar het Ilperveld. Het Ilpervel…
De route start in het landelijk gelegen Landsmeer. Dit dorp vormt samen met de kernen Den Ilp en Purmerland een uitgestrekt lintdorp, omringd door een waterrijke en groene omgeving. Aan de ene kant vind je het natuurgebied het Ilperveld en aan de andere kant recreatiegebied Het Twiske. Langs de route vind je verschillende informatieborden met uitgebreide informatie over dit prachtige gebied. Vanuit Landsmeer is het enkele minuten fietsen en je bevindt je al in recreatiegebied Het Twiske. Hier kun je genieten van het groene en waterrijke gebied. Psst... misschien kom je wel een kudde Schotse Hooglanders tegen. Ook kun je ervoor kiezen om in Het Twiske een korte tussenstop te maken bij één van de horecagelegenheden.
Na Het Twiske te hebben bezocht fiets je door naar het Ilperveld. Het Ilperveld bestaat uit honderden eilanden trilveen en is een prachtig landschap om doorheen te fietsen. Natuurlijk kun je onderweg ook genieten van andere bijzonder plekjes zoals de Twiskemolen of het Grote Huis middenin Landsmeer. Op deze plekken kom je meer te weten over de historie van deze regio.
Belangrijke informatie:
- Voor meer informatie over de route kun je het PDF-bestand downloaden.
Neem alvast een kijkje
Dit ga je zien
De oude pastorie
Op 2 augustus 1497 droeg Pieter Witken Jacobszoon een eenvoudige hofstede over aan de kerkmeesters van Landsmeer.
De oude pastorie
Op 2 augustus 1497 droeg Pieter Witken Jacobszoon een eenvoudige hofstede over aan de kerkmeesters van Landsmeer.
De locatie ervan werd beschreven als ‘liggende tegenover de kerk aan de oostzijde van de Gouw of wegsloot’ – de plek waar nu het gemeentehuis staat. De hofstede werd verheven tot pastorie en bewoond door verschillende pastoors.
Door toedoen van de Reformatie en Alteratie werd het katholicisme in de noordelijke Nederlanden in de 16e eeuw ingeruild voor het protestantisme. Dat dit ook in Landsmeer het geval was, is te zien aan de schitterende ‘predikantenborden’ in de hervormde kerk aan de Dorpsstraat. De eerste predikant van het dorp, Ds. Houtmannes, betrok de pastorie in 1596, zijn opvolgers woonden er eveneens.
De bouwkundige staat van het gebouwtje was inmiddels zo slecht, dat in 1647 werd besloten een nieuwe pastorie te bouwen. Ook deze werd weer bewoond door talloze dominees, van wie ds. Prins in 1807-1808 de laatste was. Vervolgens kwam de woning in eigendom van achtereenvolgens Jan Kalf, Simon Jansz. Goede en Petrus Annaeus Amelander. De volgende eigenaar, Neeltje Berg, die een winkeltje in het pand dreef, deed het huis in 1838 over aan haar schoonzoon Jacob Brandjes.
De familie Brandjes, die een belangrijke rol speelde in Landsmeer, heeft het huis meer dan tachtig jaar in bezit gehad. De laatste Brandjes die er woonde, was Jacobs kleinzoon Willem, een fervent amateurfotograaf. Veel van zijn werk is te vinden in het archief van de Oudheidkundige Vereniging Landsmeer. De foto’s schetsen een goed beeld van het Landsmeer van begin 20e eeuw.
In 1921 kocht Piet Evers het huis. De bouwkundige staat van het pand vroeg voortdurende zorg. Zo werd begin jaren 40 van de vorige eeuw de stenen zuidmuur vervangen door een houten exemplaar. Het huis begon namelijk te verzakken en hout is lichter dan steen. In 1951 werd het inmiddels Papenhuis genoemde pand echter gesloopt door de nieuwe eigenaar, de gemeente Landsmeer. Gezien de monumentale waarde werd dit met beleid gedaan, zodat eventuele herbouw mogelijk zou zijn. Die kwam er twee jaar later in het Arnhemse Openluchtmuseum. In januari 1970 was het Papenhuis echter een van de vijf panden die door een brand werden verwoest.
Op de plek in Landsmeer waar het Papenhuis stond, bevindt zich zoals gezegd nu het gemeentehuis uit 1969.
Er tegenover staat het voormalige raadhuis uit 1870.
Het Grote Huis - de eierveiling
Het huis aan de Dorpsstraat 54 werd in 1863 gebouwd in een sobere eclectische stijl.
Het Grote Huis - de eierveiling
Het huis aan de Dorpsstraat 54 werd in 1863 gebouwd in een sobere eclectische stijl.
Het huis is van zeer grote cultuur- en architectuurhistorische waarde omdat het een goed bewaard – en in Landsmeer zeldzaam – voorbeeld is van voorname 19e-eeuwse plattelandsbouwkunst. In het gebouw, nu Rijksmonument, bevindt zich nog een originele stijlkamer met marmeren schouw.
Oorspronkelijk bevonden zich onder het huis, dat in Landsmeer bekend staat als ‘Het Grote Huis’ eierputten waarin één miljoen eieren opgeslagen konden worden. Markante bewoners waren S.S. Goede, bijgenaamd Meester de Wit, en Piet Goede – beter bekend als Pietje Plastic of Piet van Lohman.
Deze plek was vanaf 1900 het centrum van de Landsmeerse eierhandel. De koek- en beschuitindustrie uit de Zaanstreek had grote belangstelling voor de Landsmeerse pluimveebedrijven; men was vooral geïnteresseerd in de eendeneieren. Aangezien er nog geen koelcellen bestonden, zocht men naar manieren om de eieren houdbaar te houden, zodat ze verkocht konden worden wanneer de prijs gunstig was.
In eerste instantie werden ze in lijnolie gedompeld, zodat ze waren afgesloten van de buitenwereld. Hierdoor werd de houdbaarheid verbeterd, maar dit was een zeer omslachtig en tijdrovend proces. Een betere methode was het onderdompelen van de eieren in kalkwater. De kalk dichtte de poriën van de eierschaal, zodat het ei, mits het in het kalkwater bleef liggen, langdurig houdbaar was.
Werden er in 1879 nog maar drieënhalf miljoen eieren omgezet, twintig jaar later waren het er achttien miljoen en in 1908 werden meer dan dertig miljoen eieren verhandeld. In de jaren die volgden, werden die aantallen groter en groter en werd zelfs een eierveiling opgericht.
Tegenwoordig is van de enorme industrie van een eeuw geleden nauwelijks nog iets terug te vinden. Er is nog één eierverwerkend bedrijf in Landsmeer: Adriaan Goede B.V.. In dit wereldwijd toonaangevende bedrijf – anno 1895 – worden elke dag drie miljoen eieren verwerkt.
De Luijendijk
Om de omgeving te beschermen tegen hoogwater, werd langs het Twiske in 1589 de Luijendijk aangelegd. De dijk was niet meer dan een verhoogd pad: een ‘luie ‘dijk’. Als je rechts van je kijkt, over de witte ophaalbrug richting de A10, zie je het water het Twiske (twiske = scheiding).
De Luijendijk
Om de omgeving te beschermen tegen hoogwater, werd langs het Twiske in 1589 de Luijendijk aangelegd. De dijk was niet meer dan een verhoogd pad: een ‘luie ‘dijk’. Als je rechts van je kijkt, over de witte ophaalbrug richting de A10, zie je het water het Twiske (twiske = scheiding).
Dit is de bannegrens tussen Waterland en Kennemerland. Rechts van dit water ligt het dorp Oostzaan, dat tot de banne Kennemerland behoort en tot 1980 een eigen polderbestuur bezat.
Lans het Twiske stonden diverse traan- of prutkokerijen. De eerste traankokerij van Landsmeer stamt uit 1643 en was eigendom van de Amsterdamse kooplieden Piet van Lutsen en zijn broer Jan van Hoorn. De kokerijen vervuilden het oppervlaktewater ernstig. De omliggende dorpen kwamen hiertegen in het geweer en de Hoge Raad besliste op 9 mei 1659 dat de eigenaren voortaan voor elk kwarteel (maateenheid) een vergoeding van anderhalve stuiver moesten betalen: één voor de armen en een halve als schoolgeld. Later kwamen er ook traan- en prutkokerijen op Oostzaanse grondgebied aan de westkant van het Twiske. De grote steden wilden ze vanwege de stank niet binnen hun grenzen, maar in Landsmeer en Oostzaan was weinig bebouwing en veel armoede en waren ze meer dan welkom.
Later kwamen in deze omgeving ook nog lijmkokerijen, maar van deze industrietak is niet veel bekend. Eind 18e eeuw waren de kokerijen allemaal verdwenen
De Twiskemolen
De Twiskemolen is een achtkante binnenkruier, oorspronkelijk gebouwd rond 1541 in Barsingerhorn.
Zorgboerderij de Marsen
Zorgboerderij De Marsen, daar waar ontwikkeling van mens en natuur centraal staat!
Zorgboerderij de Marsen
Zorgboerderij De Marsen, daar waar ontwikkeling van mens en natuur centraal staat!
Je bent van harte welkom op Zorgboerderij De Marsen om het scharrel erf te bezoeken, en om een kijkje te nemen in haar boerderijwinkel.
De zorgboerderij biedt een inspirerende werkplek voor (jong) volwassenen met een (verstandelijke) beperking. Zij helpen met het verzorgen van de dieren en alles wat daarbij komt kijken. De hulpboeren zijn erg betrokken bij de boerderij. Zij zijn op de hoogte over alles wat er met de dieren gebeurt en werken gezamenlijk aan het welzijn van de kippen, varkens, koeien, schapen en paarden. Om de rust voor zowel onze hulpboeren als voor de dieren te waarborgen is het daarom ook niet mogelijk om als bezoeker het erf te betreden. Wel zijn jullie welkom in de boerderijwinkel én op het scharrel erf!
Aan de voorkant van de boerderij is er een boerderijwinkel waarin allerlei producten worden verkocht. Zo is er een vast aanbod van (seizoensgebonden) groenten en fruit, eieren, zuivelproducten en andere lokale lekkernijen zoals honing enjam! Daarnaast zorgen de hulpboeren wekelijks voor vers gemaakte soep en andere huisgemaakte lekkernijen zoals ambachtelijke taarten, die in combinatie met thee of koffie, gezellig op het terras kunnen worden genuttigd. Ook het vlees van hun eigen dieren is te vinden in de winkel. Het aanbod bestaat voornamelijk uit rund- en varkensvlees.
De boerderijwinkel is op zaterdag tussen 10:00 – 13:00 en 13:45 – 16:00 uur open.
Op het scharrel erf ben je als bezoeker meer dan welkom! Er is hier een speelgelegenheid voor kinderen waar meer dan genoeg is voor hen om te beleven. Er is o.a. een zandbak, maar er zijn ook allerlei andere spelletjes te doen en ook scharrelt er een aantal kippen. Naast het scharrel erf is er ook een wc-keet te vinden die geopend is.
Paterspoel | Suzanna sluis
Het landschap rond Landsmeer, Watergang en Purmerland is door de eeuwen heen gevormd door water, oorlog en inpoldering. Straatnamen, sloten en oude waterwerken herinneren nog altijd aan deze geschiedenis.
Paterspoel | Suzanna sluis
Het landschap rond Landsmeer, Watergang en Purmerland is door de eeuwen heen gevormd door water, oorlog en inpoldering. Straatnamen, sloten en oude waterwerken herinneren nog altijd aan deze geschiedenis.
De Paterspoel – een geuzendaad
De straatnaam Paterspoel verwijst naar een meer met een roemrucht verleden. In 1573, tijdens de Tachtigjarige Oorlog, veroverden de Spanjaarden de schans in Landsmeer ter hoogte van de Keering, de huidige Dorpsstraat. Daarna wilden zij ook Watergang innemen.
Om vanaf het Noordeinde bij de kerk van Watergang te komen, moesten de soldaten door een moerasachtig gebied. Overste Tambergen, die in dienst was van de Spaanse hertog Alva, vorderde daarom een praam. De eigenaar was boer Klein Paterke, zo genoemd vanwege zijn gedrongen gestalte.
Per overtocht konden drie soldaten meevaren. Paterke had het niet op de Spanjaarden en bedacht een list. Zodra hij tussen het hoge riet door een diepe sloot voer, begon hij de praam heen en weer te schommelen. De praam sloeg om en door hun zware bewapening gingen de soldaten kopje onder. Geen van hen kwam meer boven water.
Klein Paterke wist de kant te bereiken, trok zijn praam op de wal en hoosde hem leeg. Daarna voer hij terug om nieuwe soldaten op te halen. Hij herhaalde deze geuzendaad meerdere keren, totdat Tambergen dacht dat er voldoende manschappen in Watergang waren aangekomen. Hij wist niet dat geen enkele soldaat zijn doel had bereikt.
De sloot kreeg sindsdien de naam Patersloot. Het grotere water daarachter werd de Paterspoel genoemd. De Patersloot bestaat nog steeds en ligt tussen Noordeinde 45-A en 47. De Paterspoel was ooit een enorme plas van 14,5 hectare, maar werd aan het begin van de twintigste eeuw voor ongeveer negentig procent gedempt met Amsterdams stadsvuil.
De Suzannasluis – een verdwenen waterverbinding bij Purmerland
Ook de Suzannasluis herinnert aan de belangrijke rol van het water in dit gebied. Het Twiske vormde vroeger een belangrijke verbinding tussen het IJ en de Wormer.
In 1544 bepaalde keizer Karel V dat er kaden, ook wel achterdichtingen genoemd, moesten worden aangelegd. Deze beschermden het achterland tegen het water van onder meer de Wijde Wormer en zijn nog altijd goed herkenbaar in het landschap. Vermoedelijk ontstond in deze periode ook de Suzannasluis, die vanuit de Wormer toegang gaf tot het Twiske. Daarnaast werden in de Oostzanerdijk een sluis en een overhaal aangelegd, als onderdeel van de Noorder IJ- en Zeedijk.
In 1626 werd de Wijdewormer drooggelegd. Acht jaar later begon men met de bedijking en droogmaking van de Enge Wormer. Waarschijnlijk werd de Suzannasluis toen aangepast aan de nieuwe situatie.
Met de komst van de spoorlijn Zaandam–Purmerend in 1864 verdween de sluis aan de zijde van de Wormer. De sluis die via de Veersloot toegang gaf tot Purmerland, werd in 1968 met puin gevuld. Hoewel de Suzannasluis niet meer in gebruik is, zijn de contouren van deze voormalige waterverbinding nog steeds in het landschap te herkennen.
Kerk van Purmerland
In de 14e eeuw was Purmerland de hoofdplaats en het centrum van het Purmergebied. Hier waren de hoofdbestuurder (baljuw) en de rechtbank (vierschaar) gevestigd en stond de kerk, die waarschijnlijk aan het begin van de 14e eeuw is gebouwd.
Kerk van Purmerland
In de 14e eeuw was Purmerland de hoofdplaats en het centrum van het Purmergebied. Hier waren de hoofdbestuurder (baljuw) en de rechtbank (vierschaar) gevestigd en stond de kerk, die waarschijnlijk aan het begin van de 14e eeuw is gebouwd.
Helaas is er geen enkele prent of tekening bewaard gebleven, maar volgens de overlevering had de kruiskerk een prachtige toren.
Tijdens de Tachtigjarige Oorlog trokken Spaanse troepen plunderend en brand stichtend het hele dorp door. De kerk werd niet gespaard. In 1640 brandde hij in zijn geheel af en al een jaar later werd begonnen met de herbouw. De toren werd van een hoge spits voorzien, maar deze raakte in 1674 zwaar beschadigd tijdens een heftige storm.
In 1812 werd geconstateerd dat het kerkgebouw zeer bouwvallig was. Aangezien Napoleon had verordonneerd dat er niet meer in kerken begraven mocht worden, en dus ook die inkomsten waren weggevallen, besloot het bestuur de kerk te slopen en een begraafplaats in te richten. De kerkgemeente was het echter niet eens met de sloopplannen en zamelde geld in. De oude kerk werd voor twee derde afgebroken, het overige deel werd hersteld.
De watersnood van 1825 richtte wederom grote schade aan, die met een subsidie van Koning Willem I werd hersteld. Maar op 29 november 1836 sloeg het noodlot wederom toe in de vorm van een storm, waardoor de kerk onbruikbaar werd. Twee jaar later werd begonnen met de bouw van een nieuwe, maar ook deze vertoonde binnen een aantal decennia alweer flinke gebreken. Zo verzakte de toren zo ernstig, dat in 1894 werd besloten deze te slopen.
Op 1 september 1897 werd de eerste steen gelegd van weer een nieuw kerkgebouw. De inwijding van deze kerk was op 29 december van datzelfde jaar. De toren werd tevens herbouwd, maar ook deze was niet bestand tegen de tand des tijds en werd in 1941 verwijderd.
In de huidige kerktoren, die halverwege de vorige eeuw werd gebouwd, hangt een unieke klok. Deze is in 1512 gegoten door Wilhelmus en Jasper Moer en is afkomstig uit de Oude Kerk in Amsterdam. De klok heeft een rand van palmetten en lelies en op de flank staat het Amsterdamse stadswapen. Het uurwerk stamt uit 1878 .
In 2007 vond de laatste dienst plaats in de Purmerlandse kerk. Het gebouw heeft nu een woonbestemming.
Natuurboerderij Hardebol
Sinds halverwege 2020 wordt de beheerdersboerderij van Landschap Noord-Holland gerund.
Natuurboerderij Hardebol
Sinds halverwege 2020 wordt de beheerdersboerderij van Landschap Noord-Holland gerund.
De winkel is een plezier om te beheren: het assortiment verandert met de seizoenen, waardoor er steeds weer nieuwe producten verkrijgbaar zijn.
Het hoofdproduct is het Black-Angus rundvlees, afkomstig van de eigen boerderij. Daarnaast krijgen lokale producenten uit de streek een waardevol verkooppunt. Zo is er Nederlandse kip, scharrelvarkensvlees uit de Beemster, zuivel van een collega-boerin en eieren van de kippen van Cindy’s schoonvader (de kippen zijn niet gevaccineerd). De winkel is bovendien het exclusieve verkooppunt van het Croosduijkertje, een echt Landmeers likeurtje. Ook is er heerlijke honing van imkers uit Den Ilp – de bijen vliegen in het Ilperveld en langs de boerderij.
Er worden daarnaast (kerst)geschenken verzorgd en in de kerstperiode zijn er ook kerstbomen en gourmetproducten verkrijgbaar.
Vogelkijkhut | Ilperveld
Voor weide- en rietvogels is het Ilperveld een geliefde plek. Terwijl de grutto, kievit en tureluur zich helemaal thuis voelen op de boerenpercelen hebben de roerdomp, rietzanger en blauwborst hun plek gevonden in de rietvelden.
Vogelkijkhut | Ilperveld
Voor weide- en rietvogels is het Ilperveld een geliefde plek. Terwijl de grutto, kievit en tureluur zich helemaal thuis voelen op de boerenpercelen hebben de roerdomp, rietzanger en blauwborst hun plek gevonden in de rietvelden.
Eén plek waar deze prachtige vogels allemaal samen komen is bij de vogelkijkhut bij het bezoekerscentrum. De vogelkijkhut vind je direct achter het bezoekerscentrum. Volg het 700 meter lange Ilperpad en je ziet vanzelf de vogelkijkhut verschijnen. Neem plaats in de hut en open één van de luikjes en geniet in alle rust van de natuur!
Vickers-Wellington Monument
Het oorlogsmonument in Landsmeer is opgebouwd uit twee propellorbladen van een neergestort vliegtuig, bevestigd aan een vierarmige stalen constructie. Op de constructie is een plaquette aangebracht met de volgende tekst:
Het Grietje Tump Museum
Het museum ademt de sfeer uit van de voorbije eeuw, met al zijn romantiek en praktische gebruiksvoorwerpen.
De oude pastorie
Op 2 augustus 1497 droeg Pieter Witken Jacobszoon een eenvoudige hofstede over aan de kerkmeesters van Landsmeer.
De oude pastorie
Op 2 augustus 1497 droeg Pieter Witken Jacobszoon een eenvoudige hofstede over aan de kerkmeesters van Landsmeer.
De locatie ervan werd beschreven als ‘liggende tegenover de kerk aan de oostzijde van de Gouw of wegsloot’ – de plek waar nu het gemeentehuis staat. De hofstede werd verheven tot pastorie en bewoond door verschillende pastoors.
Door toedoen van de Reformatie en Alteratie werd het katholicisme in de noordelijke Nederlanden in de 16e eeuw ingeruild voor het protestantisme. Dat dit ook in Landsmeer het geval was, is te zien aan de schitterende ‘predikantenborden’ in de hervormde kerk aan de Dorpsstraat. De eerste predikant van het dorp, Ds. Houtmannes, betrok de pastorie in 1596, zijn opvolgers woonden er eveneens.
De bouwkundige staat van het gebouwtje was inmiddels zo slecht, dat in 1647 werd besloten een nieuwe pastorie te bouwen. Ook deze werd weer bewoond door talloze dominees, van wie ds. Prins in 1807-1808 de laatste was. Vervolgens kwam de woning in eigendom van achtereenvolgens Jan Kalf, Simon Jansz. Goede en Petrus Annaeus Amelander. De volgende eigenaar, Neeltje Berg, die een winkeltje in het pand dreef, deed het huis in 1838 over aan haar schoonzoon Jacob Brandjes.
De familie Brandjes, die een belangrijke rol speelde in Landsmeer, heeft het huis meer dan tachtig jaar in bezit gehad. De laatste Brandjes die er woonde, was Jacobs kleinzoon Willem, een fervent amateurfotograaf. Veel van zijn werk is te vinden in het archief van de Oudheidkundige Vereniging Landsmeer. De foto’s schetsen een goed beeld van het Landsmeer van begin 20e eeuw.
In 1921 kocht Piet Evers het huis. De bouwkundige staat van het pand vroeg voortdurende zorg. Zo werd begin jaren 40 van de vorige eeuw de stenen zuidmuur vervangen door een houten exemplaar. Het huis begon namelijk te verzakken en hout is lichter dan steen. In 1951 werd het inmiddels Papenhuis genoemde pand echter gesloopt door de nieuwe eigenaar, de gemeente Landsmeer. Gezien de monumentale waarde werd dit met beleid gedaan, zodat eventuele herbouw mogelijk zou zijn. Die kwam er twee jaar later in het Arnhemse Openluchtmuseum. In januari 1970 was het Papenhuis echter een van de vijf panden die door een brand werden verwoest.
Op de plek in Landsmeer waar het Papenhuis stond, bevindt zich zoals gezegd nu het gemeentehuis uit 1969.
Er tegenover staat het voormalige raadhuis uit 1870.
- 20
- 19
- 16
- 15
- 13
- 14
- 21
- 37
- 04
- 20